Vogelfink - Harmonie
|
Mijn adem deinde op de
golven
van oneindige vrede.
Op golven van veelvoudige klanten,
uit de eerste trillingen ontstaan.
En hart en oor
hebben die dankbaar ontvangen. |

|
Dezelfde dualiteit die wij in de natuur
waarnemen, den die we op verschillende niveaus van de schepping kunnen
vermoeden, doet zich klaarblijkelijk ook bij de mens voor.
Waarschijnlijk ben je meer dan eens in een innerlijke strijd gewikkeld
geweest in een contract tussen twee tegengestelde krachten, die je
geest onrustig maakte en die het je moeilijk maakte om daar een
evenwicht in te vinden. Het is niet zo, dat de ene kracht het goede en
de andere het kwade belichaamt. Het is ook niet zo dat de ene beter en
de ander slechter is. Beiden zijn schalen van en weegschaal, met
elkaar verbonden, en bijeengehouden door een stang in het midden, die
ze allebei hoog houdt. Daarom kan de ene ook niet zonder de andere. In
de impuls waarmee de ene naar de andere getrokken wordt, ligt het
zoeken naar evenwicht, naar balans, het zoeken naar harmonie. Harmonie
is echt overals, een expressie van het evenwicht. In de natuur zien we
een voortdurend opkomen van krachten die aan elkaar tegengesteld zijn,
en weer in balans komen. Maar wie in staat is echt goed te kijken vind
het geheim hierachter. Want alles wat buiten ons gebeurt, gebeurt ook
bij ons van binnen. En alles is met elkaar verbonden als parels aan
een ketting, of als de kringen die in het water ontstaan als we er een
steen in gooien, of als de golven die de klanken verder dragen.
Inademen en uitademen, mannelijk en vrouwelijk, geven en nemen - alles
is volmaakt geschapen, het lichaam van de mens plant deze weegschaal
voort, het is het boek waarin het geheim van het evenwicht geschreven
staat. Als de mens in staat is de tegenstellingen die in hem strijden
tot samenklank, tot harmonie te brengen; de krachten die
ogenschijnlijk proberen hem tot verdeeldheid te brengen; als hij merkt
dat datgene wat hij als dualiteit waarneem, in werkelijkheid slechts
de uiterlijke verschijningsvorm is; als hij dus dichter bij zijn
innerlijke centrum komt en voelt hoe er in hem harmonie ontstaat, dan
zal hij met het centrum van de schepping zelf in contact zijn, met de
bron waaraan alle stromen van het universum ontspringen.
Hij zal het werk van een groot alchemist volbrengen. Eerst dan zal hij
zich weer in de eenheid kunnen verenigen, opnieuw mens kunnen zijn.
Toen hij voor de beide schalen van de weegschaal stond, geloofde de
mens dat hij één van de twee kon of moest kiezen. En daarmee schiep
hij de onbalans, die hem verdeeld gemaakt heeft en heeft afgescheiden
van de harmonie van het universum. Daarom moet nu ons werk van het
centrum uitgaan, zogezegd van onze wervelkolom, dus van de basis die
beide lichaamshelften ondersteunt. En vanuit die nieuwe gezichtspunt
kunnen wij onze dualiteit bekijken en kunnen we begrijpen dat de enige
keus die we moeten maken is, om alles wat van onszelf en van ons ware
wezen is afgescheiden, weer te verenigen. De figuur van een mens met
uitgestrekte armen is een symbool van de weegschaal of van het kruis
en het punt waar het horizontale en het verticale samenkomen ligt bij
het hart, het centrum van gevoelens en van de liefde. De liefde is de
grote kracht die alles samenhoudt, het principe dat elke scheiding
opheft, en de muren van onze begrenzingen omver haalt. Die liefde moeten
we leren, zodat in ieder van ons het evenwicht kan ontstaan, waar we
zo moeizaam naar op zoek zijn. Dan kan ieder van ons een harmonische klank
worden, een lied van vreugde.
|