| Leukemie en Zwangerschap
Mijn dochtertje was ruim 18 maanden, toen zij
zeer regelmatig niet lekker was. Het zuigelingenbureau schreef het
aanvankelijk toe aan het krijgen van kiezen; de huisarts schreef het
toe aan mij; ik zou overbezorgd zijn. Steeds vaker viel zij zomaar
op schoot of in een stoel in slaap. Ze was duidelijk heel erg moe.
Tot op een dag zij wakker werd met een "scheef" gezichtje.
Haar mondje stond echt scheef en er zat een flinke bult in haar
hals.
In alle staten ben ik meteen naar de huisarts
gegaan, die echter nogal nonchalant vertelde "dat het de Bof
wel zou zijn". Nu was ik pas 24, maar ik wist dondersgoed hoe
de Bof eruit zag en dit zag er heel anders uit. Ik werd naar huis
gestuurd door de dokter met de mededeling dat ik mij geen zorgen
moest maken. Het eerstvolgende weekend heb ik een vervangende arts
gebeld en uitgelegd dat ik mij vreselijke zorgen maakte: ik mocht
meteen komen!
Ik stond nog op de stoep met mijn dochter op
mijn arm, toen hij voor mij de deur opendeed. Een blik was genoeg,
hij vertelde mij dat ik niet voor niets gekomen was. Na een
uitgebreid onderzoek heeft hij mij doorgestuurd naar een kinderarts.
Ik was dolgelukkig dat ik serieus genomen werd. Echter in het
ziekenhuis wachtte mij een tweede teleurstelling, de kinderarts kon
niets vinden, zei ze. Er werd bloed geprikt, en ik moest maar
afwachten.
Na een week zat ik weer bij de kinderarts; de
uitslag had niets aan het licht gebracht, maar, werd mij verteld, ik
mocht natuurlijk altijd nog een second opinion vragen in een
academisch ziekenhuis. Even heb ik getwijfeld, maar "iets"
vertelde mij dat mijn dochtertje niet in orde was. Ik werd dan ook
doorgestuurd naar de VU. Het bloed werd opgestuurd en dezelfde
middag zat ik bij een professor in de oncologie (ik wist toen nog
niet wat dat betekende...). Er werd meteen een monster van de bult
in haar nek genomen en toen was het afwachten geblazen.
Die ochtend had ik echter een
zwangerschapstest gedaan en die was positief: ik was in verwachting
van mijn tweede kindje! Mede daarom zou ik het weekend er even
tussenuit gaan naar een camping. Ik heb de arts in de VU gevraagd of
dat geen probleem was?! Nee, verzekerde hij mij, gaat u maar gerust.
Twee dagen later, op de camping, werd ik door beheerder opgehaald:
er was telefoon voor mij. Het was de VU: wij moesten meteen naar het
ziekenhuis komen. Ik heb gevraagd of ik eerst nog even langs mijn
huis mocht, maar dat kon niet. Ik heb toen alleen maar gevraagd:
Dokter, is het kanker? Ja, zei hij, kom zo snel mogelijk.
Ik heb de telefoon neergelegd, ben mijn
spullen gaan pakken en ben naar Amsterdam gereden. Mijn dochtertje
zat achterin de auto te slapen in haar stoeltje. Ik was heel rustig.
Na een half jaar onzekerheid, was er eindelijk iets bekend en ik was
opgelucht omdat er nu iets aan gedaan kon worden.
Inmiddels had ik op de camping ook al gezien dat het buikje van mijn
dochter helemaal opgezwollen was, net zoals de kindertjes op de
televisie in de derde wereld.
In de VU werd ik opgevangen door de
professor. Hij was heel erg ontdaan maar ook heel erg lief. Hij
heeft alles uitgelegd, van ruggenprikken tot beenmergpuncties, van
chemokuren tot schedelbestraling en van protocollen tot
bijverschijnselen. Het was Leukemie, acute lymfatische leukemie, en
nog snelgroeiend ook! Ik wist niets van kanker af. Ja, wat ik op
televisie had gezien, maar verder was kanker voor mij iets wat oude
mensen kregen, de moeder van de buurvrouw of die oude oom van een
vriendin. Niet mijn dochter van bijna twee!
Het zou erom spannen vertelde de arts. We
waren er laat bij, zei hij! Al die maanden dat ik aan het lijntje
was gehouden door de huisarts zouden mogelijk fataal kunnen zijn.
Normaliter hebben kinderen met ALL 70% overlevingskans. Mijn
dochtertje slechts 50%, omdat het inmiddels ook al in haar
hersenvocht zat. Het zwaarste protocol zou uit de kast gehaald
worden. Ik heb meteen gezegd dat ik in verwachting was, mocht
beenmergtransplantatie nodig zijn. De arts vertelde mij dat hij
hoopte dat het niet zover zou komen. Wel werden er, omdat ik zwanger
was, meteen allerlei voorzorgsmaatregelen genomen.
De medicijnen die mijn dochter zou krijgen
waren celdodend en omdat mijn dochtertje nog luiers droeg, zou ik
dus handschoenen aan moeten doen tijdens het verschonen! Ik dacht
helemaal niet meer aan dat kindje in mijn buik, maar de artsen
dachten daar dus wel aan. Ik kreeg een echt ziekenhuisbed in plaats
van een opklapbed op de kamer van mijn dochtertje en de verpleging
zorgde net zo goed voor mij als voor mijn dochter.
De behandeling was heel zwaar. Tijdens een
chemokuur werd de cytostatica aan het eind van de middag aan het
infuus gehangen, in de hoop dat mijn dochtertje door de
misselijkheid heen zou slapen.... Helaas, dat lukte niet. Rond een
uur of elf werd zij meestal wakker om vervolgens de halve nacht te
spugen! Tegen een uur of vier was het ergste achter de rug en viel
zij uitgeput in slaap. Ik echter niet. Ik kon dan niet meteen
slapen, lag meestal wakker tot de ochtendploeg arriveerde en op mijn
dochtertje kon letten. Zij was dan alle ellende vergeten en zat
vrolijk in haar bedje te spelen. Dat waren de momenten dat ik
sliep.
De ruggenprikken en beenmergpuncties waren in
die tijd aan de orde van de dag. Het was vreselijk! In die tijd
(bijna 17 jaar geleden) werd dit alles niet onder narcose gedaan.
Het kind werd door vier verpleegkundigen vast gehouden en
moest het gewoon ondergaan! Ik ben heel wat keertjes flink boos
geworden omdat ik vond dat dit toch ook op een andere manier zou
moeten kunnen. Mijn grote kleine meid heeft zich zo kranig gehouden!
We hadden een vast patroon van verhaaltjes vertellen en daarmee
probeerde ik haar af te leiden van de pijn.
Inmiddels werd mijn buik dikker en dikker. De
angst dat dit kindje minstens een mongooltje zou worden groeide met
de dag. Ik was ervan overtuigd dat er ook met mijn tweede baby iets
aan de hand zou zijn. De verpleging probeerde mij op te beuren, maar
ik was eigenlijk alleen maar met mijn oudste kindje bezig. Haar had
ik al, zo redeneerde ik, en ik was ook vastbesloten haar te houden
ook!
Aan het eind van het protocol werd de afweer
van mijn dochter steeds minder. Er moesten soms kuren uitgesteld
worden omdat zij te zwak was. Er moesten bloedtransfusies gegeven
worden, voordat de chemokuur weer hervat kon worden. De artsen
moesten monddoekjes dragen en er mocht niemand meer zonder extra
bescherming onze kamer op. Ik moest mijn sierraden af en mijn nagels
ultra kort knippen in verband met infectiegevaar. Het bestek waar ik
haar eten mee gaf, werd op de kamer gesteriliseerd en mocht niet
langer dan een uur op de kamer blijven.
Hygiëne stond in een heel hoog vaandel om te
voorkomen dat er misschien ook allerlei andere bacteriën infecties
zouden veroorzaken. Het is ons gelukt dit tegen te houden. Mijn
dochter heeft geen enkel virusje of bacterie erbij gekregen en
volgens de artsen kon ik daar zelf heel trots op zijn, omdat dat
beslist met mijn manier van verzorging te maken had. Ondanks mijn
goede zorgen ging de tijd toch dringen. Inmiddels was ik acht
maanden zwanger en in het ziekenhuis en het protocol was nog niet
helemaal afgelopen. Ik wilde echter onder geen voorwaarde in het
ziekenhuis bevallen.
Uiteindelijk werd de laatste chemokuur
gestart en de daaropvolgende beenmergpunctie zou vertellen of er met
de bestraling begonnen kon worden. Dat zou dan eventueel
poliklinisch kunnen. Elke dag heen en weer naar de VU was misschien
niet praktisch, maar betekende wel dat wij weer thuis konden
slapen!
We kregen groen licht! De leukemie was onder controle en we konden
naar huis. Drie dagen later ben ik bevallen van een gezonde tweede
dochter! Kraambezoek was echter niet toegestaan, omdat mijn oudste
nog steeds heel vatbaar was en zogenaamd "bacterie-arm"
was.
De haartjes van mijn dochter waren inmiddels
ook helemaal weg, en ik had dus twee kale kinderen. Niet echt het
belangrijkste natuurlijk, maar het was zo zichtbaar ineens. Veertien
dagen lang ben ik dagelijks op en neer naar de VU geweest voor de
bestraling van mijn dochter. De baby ging mee en werd door iedereen
geknuffeld natuurlijk. Het leven ging er weer iets zonniger uitzien.
Mijn oudste heeft de daaropvolgende twee jaar celdodende middelen in
capsule vorm moeten slikken, maar dat vond ik prima. Het idee dat ik
nog bezig was met vechten tegen de Leukemie gaf een gevoel van
zekerheid.
Veel moeilijker werd het toen we daarmee
mochten stoppen. Ineens moest ik vertrouwen in dat kleine lijfje
hebben. Ze was inmiddels vier jaar en mocht van de artsen gewoon
naar de kleuterschool, wat echter wel betekende dat ik extra goed op
moest letten dat zij niet in contact kwam met waterpokken. Het
waterpokvirus zou een flinke aanval op haar afweer kunnen doen,
waardoor mogelijkerwijs de Leukemie weer de kop op zou kunnen
steken. Het was een hele moeilijke keus. Ik heb op een ouderavond op
school alle ouders uitgelegd hoe belangrijk het was dat men mij
acuut moest bellen wanneer hun kinderen waterpokken hadden, zodat ik
mijn dochter thuis kon houden.
Weer 5 jaar later, toen mijn dochter dus 5
jaar zonder medicijnen was, werd zij genezen verklaard. Ze had vanaf
dat moment weer net zoveel kans als u en ik om Leukemie te krijgen.
Inmiddels is zij bijna 19 jaar en een hele gezonde meid. Het zal
niemand verbazen waar zij voor leert: verpleegster!
Het zal haar lukken ook, want als iemand weet hoe belangrijk
liefdevolle verzorging is, is zij het wel!
En mijn tweede dochter, hoor ik u vragen?
Ach, mijn tweede ;-) Zij was de makkelijkste baby die er ooit
geweest is. Lief, vrolijk en altijd blij. Ze is mijn redding
geweest! Door haar ongedwongen vrolijkheid, door haar onvermogen te
begrijpen wat er aan de hand was, heeft zij mij er door heen
geholpen. Ze is letterlijk het zonnetje in mijn leven geweest; en
dat is zij nog steeds!
Reactie
Ilona
Reageren? Gebruik gerust de reactieknop
bovenaan de pagina. Vermeld wel even of uw reactie geplaatst mag
worden.
©Loes Raaphorst < 2005
|