|
Dag
en nacht bereikbaar: dé uitvinding van de eeuw?
Dankzij de
opmars van de mobiele telefonie zijn we werkelijk dag en nacht
bereikbaar. We hebben allemaal het laatste modelletje, al dan niet
met camera, blue tooth en mp3 mogelijkheden, of niet soms? En oh
jee, wat nu als ons slapie eens een keertje opgeladen moet worden;
paniek, want nu ‘zijn we even niet bereikbaar’. Dat je zelf
misschien eens ‘opgeladen’ moet worden, wordt vergeten!
Waarom willen
we dat toch eigenlijk? Dag en nacht bereikbaar zijn? Vriendschappen
vallen en staan bij de opmerking: ‘je mag me dag en nacht bellen
hoor’…. Nou, ik heb nieuws voor iedereen: MIJ NIET! Oh je mag
het rustig proberen hoor, maar mijn mobiel staat heel selectief aan:
als ik niet gestoord wil worden, dan zet ik dat ding met het
grootste gemak van de wereld uit! Al heb ik het ‘druk’ met op de
bank hangen, als het mij niet uitkomt, gaat dat ding op non-actief!
Drieëntwintig
jaar geleden is mijn vader overleden; hij liep te wandelen in het
Bloemendaalse Bos en heeft daar een hartscheuring gekregen. Artsen
hebben ons later verzekerd dat een hartscheuring zó snel gaat dat
de persoon in kwestie niet eens meer de tijd heeft om bijvoorbeeld
zijn vuisten te ballen, wat bij andere hartletsels eigenlijk altijd
voorkomt. Mijn vader is gestorven om kwart over vier en hij is
gevonden door een jongentje van tien jaar, waarschijnlijk amper vijf
minuten later. Mijn vader zou mijn moeder ophalen bij een vriendin,
maar toen hij om half vijf niet op kwam dagen, bedacht mijn moeder
zich geen ogenblik: hij was opgehouden en zij ging zelf wel naar
huis. Een kwartiertje later was zij thuis, bijna tegelijk met de
politie, die haar helaas moest vertellen dat haar man overleden was.
Er is geen
mobiele telefoon aan te pas gekomen en toch wist mijn moeder binnen
een half uur dat haar leven onherroepelijk veranderd was. Was dat té
laat? Nee, ik denk het niet, want ze had toch nooit eerder op de
plaats van het ongeluk kunnen zijn.
Eenentwintig
jaar geleden maakte ik mij ernstig zorgen over mijn oudste (toen nog
enige) dochter. Op vrijdag de dertiende juli zat ik eindelijk bij
een professor Oncologie in de Vu. Hij heeft allerlei mogelijke
onderzoeken gedaan, inclusief een biopsie en ons toen min of meer
gerustgesteld en we mochten naar huis. Wij hadden echter plannen om
dat weekend naar de camping van opa en oma te gaan en ik voelde mij
toch even geroepen om te vragen of dit goed was? Ja hoor, was het
antwoord, geen enkel probleem, ga maar lekker genieten; ik zie
jullie over 2 weken terug voor alle uitslagen!
De camping van
opa en oma was echter geen officiële camping. Het was een primitief
terreintje op het erf van een boer in het oosten van Nederland. Deze
‘camping’ stond in geen enkele gids vermeld en we waren dus
eigenlijk ‘in the middle of nowhere’. Op maandagochtend, 16 juli
1986, kwam de boer op zijn fietsje naar onze tent: de moeder van
Suzanne moest acuut naar de boerderij komen en een nummer in
Amsterdam bellen! In draf ben ik uiteraard naar de boerderij gegaan
en daar bleek dat het telefoonnummer het directe nummer was van de
arts die ik die vrijdag ervoor bezocht had. Ja het was kanker, en
nee ik kreeg geen toestemming om eerst nog naar huis te gaan; we
moesten ons direct melden bij de opname van de
kinder-oncologie-afdeling van het VU ziekenhuis.
Hoe men ons
gevonden heeft, is tot op de dag van vandaag een raadsel. Er zijn
buren gebeld, familieleden gebeld en uiteindelijk heeft de
secretaresse van de arts ons dus ‘gevonden’ op die camping bij
die boer.
Wat ik nu
eigenlijk duidelijk wil maken is dit: als er écht een noodsituatie
is, dan word je wel gevonden. Als iets écht niet kan wachten, dan
wordt hemel en aarde bewogen om het je te vertellen. Je kunt dus
best die mobiele telefoon eens uitzetten, want vroeger, toen we die
krengen nog niet hadden, werd je ook gewaarschuwd als het nodig was!
Natuurlijk snap ik ook wel dat er situaties zijn dat je zo’n ding
wél mee neemt naar de slaapkamer, de keuken of zelfs de badkamer.
Mijn moeder is nogal lang ziek geweest en had een SOS-alarm telefoon
in huis. Ze droeg een ketting met een belletje en als er iets was,
dan kon ze alarm slaan. Via de centrale kreeg ik dan een
telefoontje, zodat ik acuut naar haar toen kon gaan, wat overigens
vier keer in één week ’s nachts, gebeurd is.
Na het
overlijden van mijn moeder was het dus niet meer nodig om
‘bereikbaar’ te zijn. Ik heb door schade en schande geleerd dat
de politie, een dokter en zelfs onbekende familieleden je heus wel
persoonlijk benaderen als je niet reageert op een mobiele oproep!
Inmiddels heb
ik een eigen praktijk, Reiki en Counseling, en merk ik steeds vaker
dat mensen volledig uitgeput en uitgeblust zijn en niet meer aan
zichzelf toe komen. Deze mensen hebben negen van de tien keer hun
mobiel altijd aanstaan, dag en nacht dus, en voelen zich werkelijk
verplicht om élk telefoontje aan te nemen en in actie te komen.
Mijn huisarts heeft een telefonisch spreekuur en als ik probeer om
hem buiten die uren aan de telefoon te krijgen, zal mij dat niet
lukken. Mijn verzekeringsmaatschappij heeft bepaalde uren waarop ze
niet te bereiken zijn en zelfs een uitvaartmaatschappij verwijst via
een bandje door naar de dienstdoende persoon. Het is dus in het
bedrijfsleven heel gewoon dat je je aan bepaalde regels moet houden.
Vroeger was het trouwens in het privé-leven ook heel normaal dat je
NIET voor tien uur ’s ochtends en niet NA tien uur ’s avonds je
vrienden belde. Men gunde je je broodnodige ‘rust’ en stoorde je
niet.
Nu het zo
‘gewoon’ is geworden dat we allemaal dus mobiel te bereiken
zijn, vervagen ook de normen en waarden van wederzijds respect én
vriendschap! Ik wil heel graag iedereen helpen, ondersteunen, advies
geven, coachen en ga zo nog maar even door, maar niet ten koste van
mijzelf. Als je als ‘hulpverlener’ of vriendin, jezelf voorbij
loopt en dus niet eerst aan jezelf denkt, dan kun je er ook niet
voor een ander zijn.
Ik heb mijn
nachtrust heel hard nodig; er ligt niemand op sterven dus ik ga er
vanuit dat als het écht nodig is, men mij toch wel weet te vinden;
de geschiedenis heeft mij dat geleerd. Als mijn man en ik een rustig
avondje ‘samen’ hebben gepland, dan gaat de telefoon dus ook
uit! Niets is vervelender dan dat een vriendin belt met een verhaal
over ‘het passen van die gave jurk’, terwijl jij lekker onderuit
gezakt tegen je man’s borst aan ligt! Of nog erger: een ex die
belt over het rapport van een kind, terwijl je net lekker in je bed
ligt! En dan heb ik het nog niet eens over die schoonmoeder die nu nét
onder het eten dat nieuwe recept nog even wil hebben!
Ik heb ook
gemerkt dat veel ‘collega’s’ van mij zichzelf af en toe
volledig voorbij lopen. Men is zó druk met het begeleiden van
mensen, dat men zichzelf volledig vergeet. Lieve mensen, we hoeven
niet altijd bereikbaar te zijn! Echt niet! Zet die telefoon eens een
keertje uit en trakteer jezelf op een heerlijk avondje rust op de
bank. Okee, als een goede vriendin op het punt van bevallen staat,
en je hebt afgesproken dat je bij de bevalling zult zijn, heb je een
goed excuus om je mobieltje wel aan te laten staan. En zoals eerder
gezegd, bij dreigende sterfgevallen uiteraard ook, maar verder.. zet
dat ding eens wat vaker uit en denk aan je eigen rust! Dankzij
nummerherkenning hoef je niet eens meer nieuwsgierig te zijn
‘wie’ jou misschien gebeld heeft, want zelfs dát zie je wel
weer op het moment dat je heel bewust je mobieltje weer aan zet. Je
hebt dan wel jezelf even opgeladen én dan kun je rustig én op het
moment dat het JOU uitkomt, diegene even terugbellen. Misschien is
het probleem zelfs al opgelost J
Reactie:
Bijna elke uitvinding van de eeuw heeft ook zijn negatieve aspecten, zo ook het mobieltje. Als
je met Reiki werkt weet je dat er positieve en negatieve stralingen zijn. Deze stralingen bepalen voor een
groot gedeelte hoe je in je vel zit, wat je balans is. Al deze stralingen worden geproduceerd door je lichaam en worden beïnvloed door stralingen om ons heen. Zolang deze stralingen in balans zijn dan is er niks aan de hand. Plotseling komt dan zo'n uitvinding van de eeuw om de hoek kijken, met een
bombardement van negatieve stralingen.
Waar in 1990 nog nauwelijks zendmasten te bekennen waren, behalve de grote zenders voor radio en televisie, zijn er inmiddels zo'n 48.000 GSM basisstations in het land geplaatst. Daar komen nu nog zo'n 60.000 UMTS basisstations bij. Ook verschijnen er inmiddels duizenden WiFi en WiMax (voor draadloos internetten op uw laptop)
basisstations.
Het is inmiddels wetenschappelijk bewezen dat blootstelling aan dit soort
negatieve stralingen (hoogfrequente elektromagnetische straling) in biologische effecten resulteert: effecten op het centraal zenuwstelsel. Daarnaast zijn voor het optreden van DNA-breuken en het klonteren van rode bloedcellen bij blootstelling aan hoogfrequente straling van GSM telefoons sterke aanwijzingen gevonden. Deze effecten lijken misschien relatief onschuldig, maar het is niet uit te sluiten dat ze bij continue blootstelling na verloop van tijd kunnen leiden tot gezondheidsklachten.
Ik heb ook zo'n mobieltje, dat ik negen van de tien keer thuis laat liggen, niet moedwillig hoor, maar gewoon omdat ik hem vergeet. Ik mis hem dan ook voor geen meter. Wel heb ik een laptop bij me, met zo'n WiFi, tja en die gebruik ik dan zo af en toe onder weg, alleen om mijn e-mail op te halen en te
versturen, meer niet.
Wat Loesje schrijft is waar, het mobieltje is volgens mij het meest gebruikte artikel van de afgelopen decennia. Rondom je heen wordt er wat af gebeld en elk telefoontje produceert ook straling. Als ik een bus of trein zit,
gaan er geen vijf minuten voorbij, of er zit wel iemand te bellen. Onbegrijpelijk, maar.... wel weer rustgevend, om dan heerlijk, (gebombardeerd door de meest uiteen lopende stralingen van hoogspanningsleidingen, zenders voor radio en televisie, GSM en UMTS masten en mobieltjes) van uit de trein dromerig naar buiten te kijken. Fantaserend over de mooie kanten van het leven ver, ver weg van de werkelijkheid, zalig.:-)
(naam bij redactie bekend)
Reageren? Gebruik de
reactie knop bovenaan de pagina, maar vermeld wel even op jouw
reactie online gebruikt mag worden.
©Loes
Raaphorst 02/2007
|